1995(a) – Op Hoop Van Zegen

Korte inhoud

Dit spel van de zee werd voor het eerst opgevoerd op 24 december 1900.
De vissersweduwe Knier heeft haar man en twee van haar zonen aan de zee verloren, waardoor ze een wat zorgelijke vrouw is geworden.
Samen met haar zoon Barend en nicht Jo wacht zij op de thuiskomst van zoon Geert, die in de gevangenis zit.
Onder druk van de reder stuurt ze haar jongste zoon Barend mee met “DE HOOP VAN ZEGEN”. Dit schip is niet zeewaardig maar de rederlaat het toch uitvaren om het verzekeringsgeld op te strijken.
In zware storm gaat het schip ten onder met nog eens twee zonen van Knier.

Ja…..de vis wordt duur betaald.
Ook het sombere leven in het armenhuis “De Diakonie” komt ter sprake.

Een triest verhaal maar voor die tijd levensecht.
Om het verhaal duidelijk te doen overkomen heeft de regisseur gekozen voor het Kaatsheuvels dialect.
Door het sfeervolle decor zult u zich thuis voelen in de stulp van Knier.
Het laatste bedrijf speelt zich af in het kantoor van de reder. Deze harde man laat aan het einde toch nog ‘n sprankje emotie zien. Zelfs de geniepige klerk heeft het even moeilijk.
Het slotlied is van “De Herculs”, De internationale Nieuwe Scene uit Antwerpen.

Rolverdeling: 
Kniertje, een vissersweduweRiek Verploegen
Geert, haar oudste zoonJan Grootswagers
Barend, haar jongste zoonMarcel Groenen
Jo, haar nichtLieke van Galen
Cobus, haar broerWim Lambrechts
Daantje, DiakenhuismannetjeHans van Buren
Clemens Bos, de rederGerrit Dingemans
Mathilde, zijn vrouwSimone Spuijbroek
Clementine, zijn dochterMarion Barkey
Simon, scheepsmakersknechtJan van Laarhoven
Marietje, zijn dochterSuzet Grootswagers
Mees, Marietjes aanstaandeAndre Lauwers
Kaps, boekhouderMichel van Laarhoven
Saart, visserweduweDiny Mutzers
Truus, vissersvrouwJolanda de Nijs
Jelle, bedelaarHenk Paymans
VeldwachterHenk Paymans
Overigen:
DecorsThomas Sins
Jan Lucassen
LichtRon Willems
GeluidJan de Kort
GrimeuseWil Maas
Carmen Maas
SouffleuseChristien Smits